Striptentoonstelling Lucky Luke
14.12.2013 - 19.01.2014
Marc Legendre
Laureaat Bronzen Adhemar/ Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip 2013
Marc Legendre (°1956) is geboren en getogen in de Antwerpse volkswijk Seefhoek, in een gezin met vier zonen. Met zijn grootvader trekt hij naar de haven, in de krant leest hij Suske en Wiske en De Rode Ridder, en ook striptijdschriften als Kuifje en Robbedoes worden in huis gehaald. Al op jonge leeftijd begint hij ook zelf te tekenen, vrijwel meteen onder het pseudoniem Ikke. Na zijn studies aan Sint-Lukas kan hij aan de slag bij uitgeverij Le Lombard, als hoofdredacteur van het weekblad Kuifje, de Nederlandstalige tegenhanger van Tintin.
Nadat Legendres eerste stripjes in Kuifje verschenen zijn, stelt Tibet, de tekenaar van Rik Ringers en Chick Bill, zijn veto: die “flauwe zever” hoort in een blad als Kuifje niet thuis!
Gevolg is dat Biebel, de strip waarmee Legendre (op dat moment nog als Ikke) naam zal maken, voor het eerst opduikt bij grote concurrent Robbedoes. Het is het begin van een succesverhaal. De avonturen van de hyperkinetische kaalkop Biebel en zijn vriendje Reggie (met een yucca in een belangrijke bijrol) groeien uit tot één van de populairste Vlaamse strips van de jaren ‘80 en ‘90.
Marc Legendre heeft de Vlaamse familiestrip uit de school van Willy Vandersteen in de vingers zitten. Niet alleen is hij een tijd lang hoofdredacteur van het Suske en Wiske Weekblad, hij schrijft en tekent ook tal van reeksen die zich tot een breed, jong publiek
richten. Sam, de reeks die hij schrijft voor tekenaar Jan Bosschaert, is daarvan de bekendste, maar hij maakt ook Waterland (met Jeff Broeckx), De familie Klipper (met Marcel Rouffa), Kas, Cactus (met Jef Wellens) en Bang! (met Yurg).
Eind jaren ’90 vertrekken Marc Legendre en zijn vrouw Kati op een zeilreis rond de wereld. Motorpech doet hen op Gran Canaria stranden. Sindsdien wonen ze op de Canarische eilanden, eerst op Gran Canaria, later op El Hierro. Legendre geeft een heel nieuwe wending aan zijn loopbaan. Hij schrijft enkele jeugdromans, publiceert het erg onderhoudende Coño, een boekje over zijn ervaringen op Gran Canaria, en legt
zich toe op grafisch vernieuwende stripromans. Met Finisterre, Verder en Wachten op een eiland verzet hij bakens, onder meer door het gebruik van nieuwe technieken.
Verder haalt bovendien, als eerste strip ooit, de shortlist van de Libris Literatuurprijs.
Marc Legendre slaat in zijn eentje de brug tussen de Vlaamse familiestrip en de graphic novel. En net als bij de familiestrips, werkt hij ook in de wereld van de striproman graag samen met collega’s. Met de jonge stripmaker Kristof Spaey maakt hij de trilogie Misschien/Nooit/Ooit. Opnieuw met Marcel Rouffa bedenkt hij de tekstloze striproman Asem. Voor Reynaert de vos werkt hij voor het eerst samen met een scenarist, René Broens.
In 2013 beleeft Marc Legendre zijn grote terugkeer in de wereld van de Vlaamse familiestrip. Met tekenaar Charel Cambré (met wie hij eerder onder meer al een politieke strip voor het weekblad Knack concipieerde) maakt hij Amoras, de
spraakmakende spin-off van Suske en Wiske. Daarnaast schrijft hij ook scenario’s voor De Rode Ridder. Bovendien publiceerde hij ondertussen ook al twee jeugdromans
over het personage, zoals het indertijd bedacht werd door schrijver Leopold Vermeiren.