
MAIKA GARNICA & KOBA DE MEUTTER
Spelers & Banken
Klanken & Dragers
De Houten Zaal van de Warande omhult banken en geluiden. Er is een ingang en een uitgang. De bezoeker kan tokkelen of liggen, blazen of blijven staan. Het grote raam is troebel. Het geluid verandert onder invloed van kijkers en wandelaars, spelers en dragers.
___
Maika Garnica vertrekt vanuit de relatie tussen omgeving, toeschouwer en kunstenaar. In haar keramische sculpturen en klankobjecten integreert ze een performance component door de objecten te activeren. Zo bestudeert ze de band tussen vorm en medium, en wordt klank bijna zichtbaar gemaakt.
Koba De Meutter maakt objecten met een functie. Deze structuren gaan ergens heen waar ze te zien en te gebruiken zijn en komen vervolgens terug naar huis. De teruggekeerde objecten vervangen meubels in haar woonruimte. Met een interesse voor tijdelijkheid, het verschuiven van functies en de verschillende rollen van de kijker ontwikkelt Koba een praktijk die schippert tussen wat plaatsvond, wat mogelijk zou zijn en wat nog kan komen.

Dag Maika,
Ik hoorde gisteren iemand blazen op een fluitje, maar kon de speler niet zien. Het klonk niet vanuit een raam. Ik luisterde even, het was een houten fluit met maar enkele tonen. Een beetje verder liep een man met een houten lat. Hij tikte tegen banden van de auto’s, z’n dochtertje fietste op de stoep.
De zon verdween achter een wolk.
Ik bukte om mijn veter te knopen, toen ik recht kwam verscheen de zon opnieuw. Een vrouw keek me aan en keek vervolgens naar de lucht.
Ik wandelde verder. De brede trappen voor de kerk lagen in de schaduw, op een smalle strook na. Er zaten drie mensen achter elkaar; één onderaan, een andere halverwege de trappen, nog een andere bovenaan. Ik ging voor hen staan. De klok sloeg.
Achter de kerk ging ik liggen in het gras en zag de benen en poten van een vrouw met een hond. Ze stonden stil op het grindpad. Een jogger kruiste hen, de hond keerde om.
Ik hoop dat jij ook genoten hebt van het weer.
Liefs,
Koba

Dag Koba,
Vroeger moest er altijd een klein stukje van het gordijn open blijven, zodat ik nog wat kon rondkijken. We waren dan wel met drie maar het duurde niet lang vooraleer ik geen antwoord meer kreeg bij het roepen van hun naam.
Dan was het stil.
Hoe langer die lantaarnpaal brandde hoe minder auto's er voorbij reden. Uit verveling ving ik het licht op met mijn hand,en vroeg mezelf af waarom we niet konden spreken in klanken.
De zon scheen vandaag recht in mijn ogen.
x
Maika

















































































































































































