De man met de camera - "Open Doek Filmfestival"
25.04 - 17.05.2009
In het kader van "Open Doek Filmfestival"
Samenstelling: Sofie Dederen
Man with a Movie Camera
Dziga Vertov - Tsjelovek s kino apparatom
Man With a Movie Camera is een dynamische montage van het stedelijk leven in de Sovjet Unie in de jaren twintig van de twintigste eeuw waarbij gewone mensen in hun dagelijkse beslommeringen aan het oog van Dziga Vertovs camera voorbij trekken. Daarnaast richt hij zich op de onpersoonlijke machines die de economie letterlijk draaiende houden. Met deze film leverde de Russische filmmaker Dziga Vertov (1896-1954) in 1929 een gewaagde maar openhartige experimentele film af die zondermeer tot de grote cinematografische meesterwerken van de twintigste eeuw gerekend kan worden. De film is het testament van een avant-gardistische cineast die zijn tijd technisch maar ook qua inzichten ver vooruit was.
Vertov innoveerde, experimenteerde en maakte gebruik van de technologische ontwikkelingen van zijn tijd. Man With A Movie Camera heeft geen tussentitels, geen plot en zet geen kunstgrepen in. Vertov zag film op de eerste plaats als een middel om de wereld te ontdekken en te systematiseren. Voor hem was ‘film’ gelijk aan ‘documentaire’ … hoewel zijn definitie van het begrip documentaire vandaag niet meer adequaat is. Met zijn film onderzocht hij de karakteristieke eigenschappen van het medium film en de mogelijkheid om tijd en beweging weer te geven.
Man With a Movie Camera kan ook nu nog rekenen op een trouwe en nog steeds groeiende groep volgelingen onder filmmakers en critici die geboeid worden door Vertovs dynamiek in montage en visuele stijl. Ook vandaag reflecteren kunstenaars in hun videowerk over de objectieve weergave van de werkelijkheid.
Hans Op De Beeck - Situation 1
De in Turnhout geboren kunstenaar Hans Op de Beeck (°1969), winnaar van de Prijs Jonge Belgische schilderkunst in 2001, maakt in hoofdzaak video-installatiekunst en maquettes waarin hij alledaagse situaties en plaatsen dermate uit hun context haalt dat ze een bevreemdend effect teweeg brengen. Door het weglaten en/of uitvergroten van bepaalde elementen in deze situaties legt hij de absurditeit van het dagelijkse leven bloot. Het individu lijkt een uitzichtloos en nietig bestaan te leiden.
In het videokunstwerk ‘Situation (1)’, door Op de Beeck gecreëerd in het jaar 2000, worden op documentaire wijze een lange reeks kassiersters gefilmd in een desolate supermarkt, hopeloos wachtend aan hun kassa op klanten die hoogstwaarschijnlijk niet zullen komen. De verveling en isolatie zijn te lezen op hun in de lege ruimte starende gezichten. Door het weglaten van de mogelijke klanten die deze realiteit normaalgezien bevolken, verglijdt de alledaagse realiteit van de supermarkt in een bevreemdende fictie, waarin wordt gereflecteerd over deze realiteit. Onze hedendaagse consumptiemaatschappij komt hierdoor onder vuur te liggen. De chaos van het alledaagse leven wordt gesystematiseerd en geanalyseerd door het oog van de camera. Hans Op de Beeck tracht film als medium te gebruiken om een werkelijkheid te tonen zoals het menselijke oog ze nooit te zien krijgt. Tegelijk speelt hij met de grenzen tussen fictie en realiteit.
Nicolas Provost - Plot Point
In zijn videokunstwerken onderzoekt filmmaker en beeldend kunstenaar Nicolas Provost (°1969)
in eerste instantie de relatie tussen film en beeldende kunst. Tegelijkertijd speelt hij met de gekende cinemacodes, het narratieve aspect van film en het collectieve filmgeheugen. Zijn films zijn bijgevolg zelfreflexief. Het zijn meta-films. Provost stelt in zijn films het fenomeen film in vraag door de vele conventies en regels van het medium te analyseren. De grenzen tussen documentaire, fictie en experimentele kunst vervagen. Zijn films worden dan ook vaak semidocumentair genoemd.
In zijn film ‘Plot Point’ (2007), worden de grenzen tussen documentaire en fictiefilm bevraagd. Reële beelden, door Provost gefilmd met een verborgen camera in de straten van New York City werden door hemzelf dermate subliem aan elkaar geregen dat de film zich weet te ontvouwen tot een ware fictiefilm. De kijker waant zich in een verhalende film en verwacht op het einde een plot die er uiteindelijk niet zal komen. Dit effect weet Provost onder andere te bereiken door de indrukwekkende geluidsscore van Amerikaanse politie-interventies in overvolle straten.
Puur door het spelen met de technische mogelijkheden en codes van het medium film krijgt het geheel een verhalend karakter. De hele film lijkt perfect geënsceneerd, maar is in feite een prachtige montage van reële beelden. Werkelijkheid wordt fictie.
Johan Grimonprez - Dial H-I-S-T-O-R-Y
Johan Grimonprez (°1962) studeerde fotografie en Mixed Media in Gent. Grimonprez onderzoekt in hoofdzaak het gebruik van de massamedia als politiek instrument in onze huidige beeldenmaatschappij en de daaruit voortvloeiende constructies van de geschiedenis en de alledaagse realiteit. Het allesbehalve neutrale beeld wordt geschiedenis. Dit ‘mediacircus’ wil Grimonprez aan de kaak stellen via zijn films.
‘Dial H-I-S-T-O-R-Y’ (1997) is Grimomprez’ bekendste film. In deze film geeft hij de mediale geschiedenis weer van vliegtuigkapingen over de gehele wereld. Om deze geschiedenis weer te geven, monteert hij op meesterlijke wijze archiefbeelden van de media met eigen filmmateriaal en science fiction beelden. Dit alles wordt regelmatig begeleid door citaten van de romanschrijver DonLillo over terrorisme en meer specifiek over hoe terroristen de geschiedenis als het ware ‘schrijven’ door gebruik te maken van de media om huiskamers binnen te dringen en de passiviteit te doorbreken. In Grimonprez’ ‘Dial H-I-S-T-O-R-Y’ vervagen de grenzen tussen fictie,
documentaire en kunstfilm. Door het monteren van een chaos aan beelden wordt een pure filmtaal gecreëerd. Het oog van de camera creëert een werkelijkheid die als het ware boven de realiteit uitstijgt, een pure filmische/mediale werkelijkheid. Het medium wordt de boodschap.
Sven Augustijnen - Le guide du parc
Ook Sven Augustijnen (°1970) onderzoekt in zijn films de grenzen tussen fictie en realiteit. In zijn nepdocumentaires en docu-soaps steekt hij de draak met de verwachtingen van de toeschouwer door hem telkens opnieuw op een verkeerd spoor te zetten. De toeschouwer, die als het ware door het oog van de camera meekijkt, wordt een voyeur van allerlei gebeurtenissen zonder exact te weten of deze nu reëel zijn of fake. Bij het bekijken van de film ‘Le Guide du Parc’, gemaakt in 2001, wordt het voorgaande vrijwel meteen duidelijk. Als kijker worden we onmiddellijk geconfronteerd met een gids die vertelt over het Warandepark in Brussel. Deze gids neemt ons ongemerkt mee in zijn verhaal en staat zo symbool voor de film als medium dat mensen meeneemt naar een andere werkelijkheid. Als volgzame toeschouwers luisteren we naar de geschiedenis van het park en de sociale functies die het vervult. Vol vertrouwen kijken we mee met de camera naar wat er zich verscholen tussen de struiken afspeelt: een deel van het park is een ontmoetingsplaats voor homoseksuele heren. De vraag of dit feit of fictie is dringt zich op. De dingen blijken niet te zijn wat ze lijken. De grenzen tussen documentaire en fictiefilm vervagen en dit is net wat de film zijn kracht geeft. De kijker wordt, als voyeur, aangetrokken en meegesleurd door het verhaal dat op een heel overtuigende
wijze wordt uiteengezet door de gids in kwestie. Als kijker verliezen we de controle over wat we zien, doen en vooral ook denken.